van den Rutenberg
en van Zuythem
(onder constructie: aanvullende gegevens of opmerkingen worden zeer op prijs gesteld)

 

De oudste takken van de familie van den Rutenberg vinden we rond Dalfsen, Mastebroek, Zuythem en Vollenhove. Het is erg lastig om een coherent beeld te schetsen van de familielijnen, o.a. door het veelvuldig optreden van de voornamen Egbert, Egbert Hake, Steven, Roelof en later ook Alof.

Voor een goed begrip van de familielijnen kunnen we teruggrijpen op actes, leengegevens en enkele optekeningen van wapenschikkingen door bijvoorbeeld van Rhemen en anderen.

In 1378 is er een belangrijke acte, die iets weergeeft van de familie rond Egbert Hake van den Rutenberg, die getrouwd was met Agnes van Zuthem. De tekst luidt:

1378 juli 27 (des naesten dinsedaghes na sunte Jacobsdach eens apostels in julio)

Ecbert Hake van den Rutenberghe verklaart dat hij zijn zuster Jutte, als bruidsschat bij haar huwelijk met Johan Mensinghe anders genaamd van Haren, 500 oude schilden heeft gegeven, voor welk bedrag borg zullen blijven zijn broers Willem, Roloff en Sweder van den Rutenberghe, Henric van Essen de jonge, Dieric van den Rutenberghe, Boldewijn van den Cloester, Johan Hundeborch, Henric van den Laer, Hubert van den Laer, Henric van de Laer geheten Laerreberch en Rolof van Niwede Coepszoon.

Origineel charter (inv.nr. 62), met de zegels van de oorkonder en de eerste tien borgen, dat van Rolof van Niwede is afgevallen.
NB. Het stuk is aan de rechterzijde door vocht gedeeltelijk onleesbaar geworden.

Op grond hiervan kunnen we een kleine opstelling maken:

NN. van den Rutenberg

Egbert Hake ------------------Willem-----------------Roloff--------------Sweder--------------Jutte
(X Agnes van Zuythem)                                                                                                                       X Johan Mensinghe
 zij  wordt niet genoemd in deze acte                                                                                                                              van Haren

Het is altijd een goed idee, om te proberen om de verwantschap te bestuderen met de andere deelnemers, en andere in het oog springende gegevens te interpreteren.

1. Na de broers van den Rutenberg wordt als eerste borg genoemd Henric van Essen, De Jonge.
2. Daarna Dirc van den Rutenberg, Boldewijn van den Clooster, Johan Hondeberg, en vervolgens de andere borgen van de familie van den Laer en Rolof van Niwede.
3. We mogen de conclusie trekken, dat alle deelnemenden geboren zijn vóór 1362.
4. Misschien had Egbert Hake nog andere broers of zusters, maar hij was de oudste zoon, gevolgd door Willem. Jutte zou ouder kunnen zijn.

Dat Egbert Hake van den Rutenberg en Agnes van Zuythem inderdaad met elkaar getrouwd waren vond ik bevestigd in een acte uit 1407, waarin zij worden genoemd. Toch mogen we veronderstellen, dat zij vermoedelijk al veel eerder met elkaar waren getrouwd. Ten eerste blijkt dat uit de vermelding van enkele van hun kinderen: in 1405 wordt zoon Steven genoemd, in 1411 zoon Willem, in 1414 zoon Alof. Die kinderen zullen allen voor 1390 zijn geboren. Ik vermoed zelfs, dat Egbert Hake van den Rutenberg eerder zal zijn getrouwd dan zijn zuster Jutte, omdat hij op dat moment de erfvolger was van zijn vader en als stamhouder 'de plicht' had om zo snel mogelijk zorg te dragen voor nieuwe opvolgers.

Zijn vrouw Agnes van Zuythem was een dochter van ridder Alof van Suthem, die stierf in de slag bij Tiel in mei 1361. Daarom kunnen we er tamelijk zeker van zijn, dat ook Agnes van Zuthem vóór 1360 is geboren. En derhalve is het niet gewaagd om te veronderstellen, dat Egbert Hake van den Rutenberg vermoedelijk rond 1375 zal zijn getrouwd met Agnes van Zuythem. Hun kinderen zullen zijn geboren in de periode 1378-1395.

De borgen in 1378

Laten we nu proberen iets meer te weten te komen over de andere borgen, die in 1378 werden genoemd. Na de broers van den Rutenberg is dat in de eerste plaats Henric van Essen, de Jonge. In NL 1967 schrijft O. Schutte over hen. Daarin noemt hij Henric van Essen de Jonge, van wie bekend is dat hij begin 1386 is overleden (voor maart). Hij was getrouwd met Lutgard. Na zijn overlijden overigens, trouwde deze Lutgard met Roelof van den Rutenberg, die hierboven als broer van Egbert Hake voorkomt. Dat huwelijk tussen Henric van Essen vond plaats vóór 1380, dus wellicht was hij in 1378 al gehuwd met haar. Over Lutgard zijn de meningen verdeeld: volgens een aantal schrijvers is zij afkomstig uit het huis van IJsselmuden, anderen houden haar voor een dochter uit het huis van Almelo (om precies te zijn van Hulsen).

De volgende getuigen lijken met elkaar een verband te hebben (of kort daarna te hebben gekregen), want Johan Hondeberg trouwde in 1379 (mogelijk in de kerk van Hertme) met Agnes van den Clooster (en werd later -in 1398- beleend met het huis Singraven bij Denekamp).

(bron: http://www.heemkundegroephertme.nl/kunst_in_de_kerk.htm.
Bijbehorende tekst:
Veruit het belangrijkste kunstvoorwerp, dat de parochie bezit, is een verguld zilveren miskelk met de wapens van de schenkers ervan, het in 1379 gehuwde echtpaar Johan Hondeberg(h) of Hundenberg en Agnes van de Clooster. (Deze Johan werd in 1398 beleend met het huis Singraven bij Denekamp).

Overigens zegt P de Jong op zijn (?) website, dat Agnes van den Clooster, dochter van Boldewijn van den Clooster en Ghijsele van Echten omstreeks 1380 trouwde met Arend Huys van Ruinen, zoon van Johan van Norch en N. de Vos van Steenwijk. O. Roemeling in zijn artikelen in NL noemt het huwelijk Boldewin van den Clooster X Ghijsele van Echten kinderloos. O. Roemeling verder schrijft in zijn artikel in NL 1973, dat Arend Huys gehuwd was met Agnes, maar geeft vervolgens aan, dat zij volgens Schaep Agnes van den Clooster was, en volgens de genalogie de Vos van Steenwijk in NL 1959 was zij Agnes de Vos van Steenwijk.

Ik geef hieronder de notitie van O. Roemeling uit NL 1973 pag. 215 noot 130:

De genealogie (De Vos) van Steenwijk, De Ned. Leeuw LXXVI, 1959, noemt haar niet. Alleen wordt aldaar, k. 293, Hendrik de Vos van Steenwijck een neef genoemd van Arend de Vos van Steenwijck genaamd Huxeken, zoon van Arent Huys, Heer van Ruinen, en Agnes de Vos van Steenwijck, citerende NDVA 1912.
J. S. Magnin, Onderzoek naar de adel van het geslagt de Vos van Steenwijk, 1844, p. XxX11, noemt Agnes het vijfde kind van Johan de Vos van Steenwijck (1339). Volgens deze zou Agnes eerst gehuwd zijn geweest met Arent Huys, waarvan een zoon Arent de Vos van Steenwijck genaamd Huzeken, daarna met N. Clencke. Elders, p. XXVIII, noemt Magnin Arent Huys een zwager van Johan de Vos van Steenwijck.
Mogelijk in diens, spoor veronderstelde J. de Groot (zie noot 82), dat Agnes een zuster was, van Roelof van Steenwijck
en Johan de Vos van Steenwijck; zij zou dan een dochter zijn geweest van Coenraad in den Gore.
Ds. J. W. Schaap daarentegen is van mening, dat Agnes een Van den Clooster geweest zou kunnen zijn (mondelinge mededeling).

Over Agnes’ familierelaties blijkt uit de bronnen weinig. Op 7 juli 1421 zegelt Volkeer van Schalcwijk ,,om beide Vrouwen
Agnesen, mijner moijen”, weduwe van Arnolt Huzeken, Heer van Ruinen, als haar momber (Dikninge reg. 229).

In 1378 zijn Boldewijn van den Clooster en Johan Hundeberg borg bij het huwelijk van Jutte van den Rutenberg en Johan Mensinghe van Haren. Ik vermoed daarom, dat Agnes van den Clooster wellicht toch een dochter was van Boldewijn van den Clooster en Ghijsele van Echten, en dat zij in 1379 trouwde met Johan Hondeberg. Boudewijn van den Clooster was de derde zoon uit het huwelijk tussen Johan van den Clooster met Agnes van den Rutenberg Stevensdochter.

Ook als borg in 1378 aanwezig was Dirc van den Rutenberg. Een vermelding van hem vond ik in 1361. Hij was toen kennelijk 'handelingsbekwaam' en dus geboren voor 1345. Op grond van zijn leeftijd zou hij een oom kunnen zijn, maar dat hij pas na de broers van Egbert Hake en na Henric van Essen wordt genoemd, is wel opvallend. Het kán betekenen, dat de positie van Henric van Essen, de jonge, op dat moment van hoger belang wordt geacht. Henric van Essen, de jonge, was de oudste zoon ridder Henric van Essen. Deze overleed ca. 1356 (voor zijn begrafenis werd in 1356 een wijnrekening opgemaakt). Voor 1380, maar wellicht al in 1378 was Henric van Essen, de jonge, gehuwd met Lutgard. Haar achternaam is nergens opgetekend, maar er wordt verondersteld, dat zij stamt uit het huis IJsselmuiden, of uit het huis van Almelo (om precies te zijn van Hulsen of Gerner). De laatste veronderstelling lijkt meer 'hout te snijden', want voor een afkomst uit van IJsselmuiden bestaan geen direkte aanwijzingen. In de Overijsselse Leenregisters komen een aantal beleningen voor zoals onderstaande:

Den tienden over Egbertinc. Item den tiende over Eyssinc, gheleghen to Gherner --- in Daelvessemer kerspel.
Z.d. [1379-1382] (BA1 fol 63v)
Jonghe Henriic van Essen.
1394 aug 20 (BB fol 19v)
Luytgaert, vrouw van Rulof van den Rutenberghe. Hulder haar man.
1394 nov 8 (BB fol 21v)
Hadewych, vrouw van Sweder van Schulenborch. Hulder haar man.

Na de belening van 20 aug. door Lutgard wordt kort daarop -8 november- Hadewijch, vrouw van Sweder van Schulenborg beleend. Deze Lutgard was in 1386 weduwe van Henric van Essen, de jonge, en hertrouwde rond augustus 1386 Roelof van den Rutenberg. Hadewijch en Lutgard komen voor als zusters uit het huis van Almelo, en zijn beiden dochters van Albert van Gerner van Hulsen. Daarmee lijkt een overtuigender argument te bestaan om te veronderstellen dat Lutgard de zuster was van Hadewich van Hulsen uit het huis van Almelo stammend.

Maar op dit moment is er geen bekende relatie tussen de families van Essen en van den Rutenberg in 1378, dus kunnen we niet anders dan besluiten dat de vooraanstaande positie van Henric van Essen verklaard moet worden uit een bondgenootschap dat wel tussen beide families bestond, en dat te maken had met de toenemende invloed van de bisschoppen van Utrecht in Salland. Dat leidde ertoe, dat rond 1380 een aantal kastelen werden verwoest door bisschoppelijke legers.

van Zuythem

Agnes van Zuythem komen we voor het eerst tegen rond 1407 in een aantal actes. Egbert Hake van den Rutenberg en Agnes van Suthem waren toen al aardig op leeftijd, hun kinderen kregen de leeftijd, waarin ze ook een rol begonnen te spelen. Zo zien we Egbert Hake van den Rutenberg twee keer optreden met zijn oudste zoon Steven in 1405 en 1406. De laatste keer staat Steven zo ook genoemd. In jaarrekeningboekjes van de stad Zwolle zien we in 1414 een vermelding van Alof van den Rutenberg, en tenslotte in 1422 zien we Willem van den Rutenberg, die dan optreedt als hulder voor zijn moeder inzake een belening.

Schoutambt DALFSEN / buurschap Lenthe
12mergen lants in den Langenslage, dat voirslach is.
1414 apr 30 (BB fol 79)
Neze, vrouw van Egbert Hake van den Rutenberge, na de dood van haar broer Aloff van Zuytthim. Hulder haar man.
1422 okt 17 (BB fol 79)
Neze, vrouw van Egbert Hake van den Rutenberge. Hulder haar zoon Willem van den Rutenberge.

Dit is een duidelijk teken, dat zijn vader dan overleden is. Dat klopt ook met andere gegevens omdat we na 1411 geen vermeldingen meer tegenkwamen van Steven vd Rutenberg en hij zal dus tussen 1411 en 1420 zijn overleden. Maar aan de rampspoed kwam kennelijk geen eind, want ook Willem zien we na bovenstaande datum niet meer terug. Vermoedelijk is hij korte tijd later overleden. In elk geval wordt 6 oktober 1422 Alof van den Rutenberg beleend met alle goederen, zoals voorheen zijn vader Hake:

1422 okt 6 (BB fol 103v)
Aloff van den Rutenberge na de dood van zijn vader Hake van den Rutenberge.
* Dat Huys van den Rutenberge alse dat gelegen is.

Mogelijk werd Agnes geboren voor 1360, omdat ik er vanuit ga, dat Egbert Hake van den Rutenberg en Agnes van Zuythem wel eerder zullen zijn getrouwd dan zijn zuster Jutte in 1378. Een huwelijksdatum van ca. 1375 acht ik verdedigbaar, maar is niet aangetoond. Daarmee is Agnes wellicht geboren voor 1360. Dat zou heel goed kunnen kloppen met het niet-verifieerbare gegevens, dat Alof van Zuythem -haar vader- overleden is rond 1361. In elk geval was hij overleden voor 1375, want uit dat jaar bestaat er een acte uit Zwolle, waarin zijn moeder Agnes van Apelteren enkele regelingen treft, waarin ook genoemd wordt wijlen haar zoon Alof van Zuythem. Er zijn geen aanwijzingen, dat Agnes van Apelteren nog andere kinderen had met haar echtgenoot Alef van Zuythem, Ridder. Deze acte zou kunnen betekenen, dat Agnes van Apelteren waarschijnlijk kort daarop is overleden.

1375 juni 12.
In 't jaer ons heren dusent driehondert vijfende tzoventich op
sinte Odulphusdach eens confessoers.

Dirc van Baerlo, priester en vicaris van het altaar ter ere van sinte Johan
ewangelist in de (Michael)kerk van Swolle, verklaart, dat Agnese van Apelteren,
moeder van wijlen Aelf van Zuthem, ridder, in aanwezigheid van
Bremmiken, haar knaap aan hem een akte (d.d. 1 mei 1375; reg.no. 130)
gegeven heeft, die bezegeld is door Lambert van Dese en Jacob (!) van Ittersem
als schepenen van Swolle, betreffende een jaarrente van 8 kleine ponden,
waarvan 5 pond gaat uit het huis van Lambert Stenniken in de Beghinenstrate
(Praubstraat) en 3 pond uit het huis van Deghen Stovenheet, eveneens
in de Beghinenstrate (Praubstraat) gelegen, met de bedoeling, dat de vicaris
van het altaar ter ere van sinte Johan ewangelist hiervan jaarlijks 7
pond uit zal geven aan schoenen voor arme lieden en het resterende pond
zelf zal houden voor zijn werk en om voor het zieleheil van Agnese van
Apelteren te bidden, maar dat, wanneer er geen vicaris is, die dagelijks aan
dat altaar de mis opdraagt, de raadslieden van de kerspelkerk van Swolle
voor 7 pond per jaar schoenen aan de armen zullen uitdelen en een pond
per jaar zullen besteden aan de bouw van de sinte Mychaelskerk

Terloops wil ik nog opmerken, dat een aantal schrijvers aanneemt, dat Vrouwe Agnes van Apeldoorn in tweede huwelijk trouwde met Dirck van Apeldoorn, vandaar haar naam. In de genealogie geschreven door K. Mars in Mededelingen Gelre 1958 pag. 142 noemt de schrijver haar 'mogelijk een dochter van Goswinus van Apeldoorn'. Enkele pagina's eerder (pag. 136) komt in zijn verhandeling ook Theoderic de Apeltoren ter sprake, en de schrijver vermoedt, dat hij mogelijk behoort tot het geslacht van Apeltern uit Maas en Waal.

De volgende oorkondelijke tekst maakt duidelijk, dat de eerste opvatting juist is: Agnes hertrouwde voor 7 augustus 1338 met ridder Dirk van Apeltern of Apeldoorn.

1338 augustus 7. Gegeven int jair ons Heren dusent driehondert ende acht en dertych, des Vridages nae s. Petersdach den men heyt ad Vincula.
Deken en kapittel der kerk van Deventer verklaren aan Aelve Aelvesz. van Zuthem in erfpacht te hebben uitgedaan de novale tienden van 7 hoeven en 14 morgen lands, gelegen in het kerspel Zwolle en in de halve mark Zuthem, voor 70 mud haver, te betalen tussen 11 november en acht dagen na Pasen te Deventer; bij wanbetaling van erfpachter zijn al zijn rechten op het gepachte land vervallen.
Agnes, weduwe van Aeleve van Zuthem, echtgenote van Didric van Apeldoern, ridder, en haar zoon Aeloff met Didric voornoemd als momber, verklaren dat deken en kapittel hun de vorengenoemde tienden in erfpacht hebben uitgegeven. Voorts verklaren beide partijen, dat het oude en het nieuwe land in de halve mark van Zuthem ongedeeld lag en dat daarover geschil is ontstaan; dat daarover ten overstaan van Gheerd Stellinck, schout van Sallant, door Macharius Vinckenzoene, Engelbert van Windezem, Arnold van Itterssom, Wolf van Itterssom en Wichman Zwiercappe als ter zake kundige personen uitspraak is gedaan, en dat zij Aeleve 20 morgen oudhoevig land hebben toegewezen in Wedehagen, in de buurschap Zuthem, op Zuthemereng en elders, en dat zij hem 7 hoeven en 14 morgen nieuw land hebben toegewezen, waarvan deken en kapittel hem het tiendrecht hebben verpacht.

Hs.: Afschrift (16de eeuw) in het Cartularium van s. Lebuinus 1295—1541, fol. 111, in het R.A. in Overijssel (Coll. Van Rhemen). Aantekening: Aangekondigd worden in de tekst de zegels van deken en kapittel van Deventer. van Johan (Moliart) proost van Arnhem en vicaris van de proost van Deventer, Roderick heer van Voirst en Keppel. Diderich van Apeldoern, ridder, en Henrich van Essen, knape.

Vrijwel zeker is Diederick van Apelteren bedoeld uit het gelderse geslacht van Apeltern (waarvan overigens allerminst zeker is, dat zij níet verwant zijn aan het geslacht van Apeldoorn). Ridder Dirck (Dyderick) van Apeltern (de oude) komen we nog in actes tegen in 1361 en 1365, waarin hij getuigt samen met Wolter van Doornick, ridder.

Alof I van Zuythem, ridder, + 1330-1338 X Agnes (XX Dirck van Apeltern, ridder)
                    |
Alof II van Zuythem, ridder, minderjarig in 1338, meerderjarig in 1347, + 1361-1375
                    |...............................................................|
Alof III van Zuythem, + 1414                                Agnes v Zuythem X Egbert Hake vd Rutenberg
    |...............|...............|
Henric         Willem         Godert (?)
       (natuurlijke zonen)

Deze buitengewoon korte stamlijn eindigt even abrupt als zij begon, want Alof III van Suthem overleed in 1414 zonder wettig geboor. Uit zijn natuurlijke zoon Henric van Zuythem zijn echter hoogstwaarschijnlijk nog steeds nazaten en naamdragers tot in de huidige tijd. Alof III van Zuythem werd beleend met het goed Suthem, en dat was voor zijn erfgenamen blijkbaar een zó aantrekkelijk goed, dat de hoofdtak van de Rutenberg's daar na 1415 neerstreek. Het oude Rutenberg, waar zij aanvankelijk woonden, kwam aan Egbert Hake's jongste zoon Frederick, die dat in achterleen hield van zijn oudere broer Alof van den Rutenberg.

Wat de van Zuythem's genealogisch gezien nog interessant maakt, zijn enkele verwantschappen.

 

Van Coevorden

Na het overlijden van Alof van Zuythem in 1414 ontstaat enig getouwtrek over zijn erfenis met Wolter van Coevorden, de zoon van ridder Reynald van Coevorden. Die is van mening, dat hij recht heeft op een deel van de goederen van Alof van Zuythem. Dat wordt bestreden door Alof's zuster Agnes van Zuythem en haar man Egbert Hake van den Rutenberg. In een artikel in Nederlandsche Leeuw 1957 probeert Haga aan te tonen, dat Agnes van Zuythem stamt uit het huis van Coevorden, en dat zij zelfs een volle zuster zou zijn van Wolter van Coevorden. Haga baseert zich daarbij op een stuk uit S. Lebuinus:

In het oudste leenregister der proosdij van Lebuinus te Deventer, berustende in het gemeentearchief aldaar, komen enige leenakten voor, waarover de gemeente-archivaris mij het volgende meedeelde:
1413 mei 15. Neze van den Rutenberg verzocht in leen te mogen ontvangen het goed en de tienden te Zuthem en een aantal tienden te Herfte, Bircmede, etc. kerspel Zwolle, na het overlijden van haar broeder Aleff van Zuthem.
1413 mei 21 verzocht Wolter van Coeverden te worden beleend met het goed en de tiende te Zuthem.
1413 juli 10 verzocht Wolter van Coeverden de tienden te Herfte, Bircmede, etc. als Lambert van Dieze die geholden heeft ende Aleff van Zuthem nae helt thent an syne sterfdach.

Hieruit blijkt, dat zowel Wolter van Coeverden als Neze van den Rutenberg, d.i. Agnes van Coeverden, gehuwd met
Egbert Hake van den Rutenberg, aanspraak maakten op de nalatenschap van Aleff van Zuthem. Wolter en Agnes
waren broer en zuster. Door bemiddeling van scheidslieden is men daarop 9 januari 1415 tot een compromis gekomen, waarbij Agnes gelast wordt de tienden van Herfte etc. over te dragen aan Wolter van Coeverden en hem tevens 1000 oude Franse schilden te betalen. Wolter moet afstand doen van alle aanspraak op het erf te Wythmen (Zuthem?) en op alle andere goederen, door Aleff van Zuthem nagelaten ten behoeve van Agnes en haar man, die tevens afstand moeten doen van alle vorderingen op Wolter (Tijdr. Reg. 11, 220).

Daarop draagt Agnes ,,echte wijf van Egbert Hake van den Rutenberg” op Dinsdag na Lichtmis 1415 aan Wolter van
Coeverden ,,mijns broeders ende synen erffgenamen” op de tienden te Herfte etc. ,,want se em mynlich togescheiden
syn.

Op dinsdag na St. Valentijnsdag 1432 verkoopt Wolter van Coeverden met Derick en Reinolt ziin zoons. aan meester Johan van Ittersum voornoemde tienden ,,alsoe als de Alephs van Zuythem mijns broder ende ons oems, des sele God gedencke, plegen to te behoren”, waarna in 1434 op Sinte Martinusavent Johan van Zttersum door de proost van St. Lebuinus te Deventer met deze tienden wordt beleend.

Er blijken nog enkele acten te bestaan, waarin Alof en Agnes van Zuythem, en Wolter van Coevorden, elkaar broer noemen, dus het is niet verwonderlijk, dat Haga (en aanvankelijk ook ik) dacht dat dit wel moest betekenen, dat Agnes een volle zuster was van Wolter van Coevorden. Maar er zijn argumenten, die dat ontkrachten. Belangrijkste is misschien wel, dat er van Agnes van Zuythem een zegel bestaat, dat overduidelijk het Van Zuythem wapen toont met de drie sterren. Een tweede belangrijk argument: Agnes verkreeg uiteindelijk nogal makkelijk, en binnen relatief korte tijd, het overgrote deel uit het goederenbezit van Alof van Zuythem, terwijl Wolter van Coevorden min of meer werd afgescheept met wat kleinere onderdelen, zoals de tienden te Herfte.

Toch noemden Agnes, Alof en Wolter elkaar broer (en zus). Dat zou dus kunnen beteken, dat Agnes en Alof halfbroer- en zuster waren van Wolter van Coevorden. Maar er is nog een optie, omdat de woorden broer en zus ook wel gebruikt werden in de betekenis van schoonzuster en zwager. Als zowel Agnes als Alof van Zuythem aangetrouwde familie zouden zijn van Wolter, moest deze laatste gehuwd zijn geweest met een (onbekende) zuster van de van Zuythem's.

A.J. Mensema schrijft in een artikel zelfs:

'Naast zijn zuster Agnes, die gehuwd was met (Egbert) Hako van den Ruytenberg, had hij nog een zuster, die gehuwd was met Wolter van Coevorden. Na zijn dood ontbrandde een twist tussen de zusters over de erfenis. De goederen te Zuthem vielen toe aan Agnes, die daarmee door het kapittel van s. Lebuinus beleend werd.'
(IJsselacademie 1982, pag. 13 e.v., Het hof van Suythem te Zwolle en zijn bewoners, A.J. Mensema)

Dit is een conclusie, die ik niet zomaar kan onderschrijven. Uit stukken blijkt niets van een strijd tussen zusters, maar is er juridisch gesteggel tussen Agnes (en haar man) en Wolter van Coevorden. Bovendien geeft Haga in zijn artikel een acte, waaruit blijkt, dat Wolter van Coevorden op 31 maart 1410 te Nederhemert trouwde met Sophia van Sinderen. Uit geen enkel stuk is mij bekend, dat Wolter van Coevorden eerder getrouwd was, noch zijn er kinderen uit een eerder huwelijk bekend. Zijn huwelijk is vermoedelijk vrij snel gesloten na het overlijden van zijn vader Reynald van Coevorden, zoals het in die tijd gebruikelijk was om snel te trouwen na het overlijden van de vader.

Wolter van Coevorden's oudste zonen werden genoemd: Reynold en Dirk, waarbij duidelijk is dat Reynold vernoemd is naar zijn Coevorden-grootvader, en Dirk naar zijn Sinderen-grootvader. Bovendien blijkt Wolter ook een zoon Alof te vernoemen naar Alof van Zuthem, zijn broer?

    Alof van Zuythem                               Reynold van Coevorden (+1409)
  |------------------|                            |-----------|-------------|
Alof                        Agnes                    Roelof         Reynald           Wolter
(+ 1414)                                           X <1386                                   X 1410

Daarmee komen we op de vraag, wie de moeder van de van Zuythem's en van Wolter van Coevorden was/waren. In zijn artikel in NL 1957 probeert Haga aannemelijk te maken, dat Reynold van Coevorden twee keer getrouwd was. Uit het eerste huwelijk werd Roelof van Coevorden geboren, en uit het tweede huwelijk de andere kinderen. Dat tweede huwelijk was met Kunegunda:

Nederlandsche Leeuw 1957
... in een charter van 5 febr. 1360 2) wordt hij Reynolt van Koeverden Roelofsoen genoemd en zegelt hij tegelijk met zijn neef Reinolt van Coeverden, heer van Coevorden. Over de vader van Reinolt, t.w. Roelof van Coeverden, is weinig bekend. Medegedeeld kan nog worden, dat hij in 1324 ,,knape” wordt genoemd (Tijdr. Reg. 1, 43) en dat hij vóór 1354 was overleden (Okb. Groningen en Drente 1, blz. 302).

Dezelfde bron 2) leverde een belangrijke akte op, die tot nu toe aan de aandacht der genealogen is ontsnapt: op 29 juli 1390 doet bisschop Floris van Wevelinckhoven uitspraak in de geschillen tussen Reinolt van Coeverden en diens zoon Roelof. De Rijksarchivaris in de provincie Utrecht, ons medelid Dr. A. J. van de Ven, was zo vriendelijk, de betreffende akte voor mij na te zien en mij daaruit het volgende mede te delen.

In de akte worden hun beider vrouwen genoemd; die van de vader heet Kunnegund, die van de zoon Lutgard. Deze
laatste is ongetwijfeld identiek met Lutgard van Heeckeren, genaamd van Rechteren, die reeds in of vóór 1386 met Roelof van Coeverden was gehuwd “). Vermoedelijk was Kunnegund niet de moeder, maar de stiefmoeder van Roelof. Nadat n.l. in de akte eerst is bepaald, dat Reynolt alle goederen, tienden, enz., die aan Roelof toegescheiden zijn (deze scheiding wordt niet nader toegelicht) aan zijn zoon moet opdragen en Roelof zijn vrouw daaraan mag lijftochten, volgt deze bepaling:

,,item vrouwe Kunnegund heren Reinolts echte wijff mach beleggen tot hoere kynder behoeff, die sy hevet by heren
Reinolt voerscr., soe wes se van hoere lijftucht mach besparen tot vierhondert olden francrixen schilden toe, ende soe wes sic belegt off getocht heeft, dat sal oec op die voerscr. kynder erven ende comen, ende dieselve kynder soelen op malcanderen erven et goet, dat hem aencompt als voerseit is, alsoe lange als enich van hem levet”.
Uit deze bepaling moet worden afgeleid, dat Reinolt en Kunnegund enige kinderen hadden, maar dat Roelof daartoe
niet behoorde. Vermoedelijk was dus Roelof de oudste zoon zijns vaders en het enig kind uit een eerste huwelijk. De in
de oorkonde bedoelde scheiding zal dus een boedelscheiding zijn geweest bij gelegenheid van of nà Reinolf’s tweede
huwelijk.

2) S. Muller Fzn.., Regesten van het archief der bisschoppen van Utrecht no .952
4) Graswinckel en Hardenberg, Het archief van het kasteel Rechteren, regest no. 59.

Schematisch zegt Haga in zijn artikel:

                    Roelof van Coevorden (+ voor 1354)
                                |
  NN      X       Reynold van Coevorden       XX      Kunegunde
            |                                              |----------------------|                                                           
        Roelof                                        Reynald                       Wolter
  X Lutgerd van Hekeren                                                    X Sophia v Sinderen

Haga trekt m.i. zijn conclusie te snel. Ook al wordt bepaald dat Reynald aan zijn zoon Roelof van Coevorden alle goederen en tienden moet opdragen, die hem zijn toegescheiden, en dat Roelof zijn vrouw Lutgard daaraan mag lijftochten, dan betekent dat niet, dat dit een bewijs is dat Roelof uit een ander huwelijk zou stammen dan de kinderen die later worden genoemd als kinderen van Reynald en Kunegunde. In dat gedeelte staat uiteindelijk niets anders dan dat vrouwe Kunegund van haar lijftocht maximaal 400 oude schilden opzij mag leggen ten behoeve van de kinderen, die zij heeft met heer Reynold.

De toescheiding van goederen aan Roelof kan misschien ook uitgelegd worden als voortvloeiend uit zijn huwelijk met Lutgard van Hekeren van Rechteren. Dan behoorde dat bij de huwelijkse afspraken, die gemaakt waren.

Uit stukken is bekend, dat Roelof en Wolter van Coevorden later flinke onenigheid hadden over de erfenis van hun vader, en wellicht ligt daar inderdaad aan ten grondslag, dat zij uit verschillende moeders geboren zijn, maar dat blijkt niet uit de voorhanden stukken. Wel kunnen we zien, dat Roelof van Coevorden al voor 29 juli 1390 getrouwd was (hij was zelfs al in 1386 met haar getrouwd, zoals te zien is in het Tijdrekenkundig Register), en dat is opvallend eerder dan de huwelijksdatum van Wolter van Coevorden in 1410.

In de leenboeken van Overijssel staat:

Schoutambt HELLENDOORN / buurschap Daarle
Over Darlo den tienden.
** "Lijst leenmannen", blzz. 766-767.
Z.d. [1379 - 1382] (BA1 fol 67)
Heer Reynolt van Coevoerde, ridder.
1395 jan 25 (BB fol 23v)
Reijnolt van Coevoerden.
* Den halven tienden to Daerlo als tot borchleen to Goer.
1406 mrt 25 (BB fol 58)
Reynalt van Cavorden na opdracht door zijn vader heer Reynalt.
* Den halven teenden toe Daeler, dat een borchleen is tot Ghoer.
1407 sep 17 (BB fol 62 en 63a)
Wolter van Covorden, zoon van heer Reynalt, na opdracht door zijn broer Reynalt.

1407 januari 16 (up sunte Marcellusdach eyns hilghen paweses)
Herman van Twyclo, ambtman van Twenthe, verklaart dat Ludgard van Rechter, vrouw van Roelve van Kovorde, geassisteerd met haar gekozen voogd Berend van Redebroke, haar man als huwelijksgift het levenslang vruchtgebruik heeft gegeven van de hof te Manhaer (Mander) in het kerspel Odmersem (Ootmarsum), het erve en goed ter Lynden te Gravestorpe in het kerspel Velthusen, de halve grove en smalle tienden uit de buurschap Daerle in het kerspel Helendoren en de tienden van Wolterinc te Havekinchem in het kerspel Ulsen.

In combinatie met bovenstaande acte blijkt, dat er mogelijk al eerder een ingewikkeld twistspel aan de orde was. Immers jan. 1407 wordt verklaard, dat de halve tienden te Daarle door Lutgerd van Hekeren aan haar man Roelof van Coevorden als huwelijksgift zijn gegeven. De andere helft van deze tienden worden door heer Reynald van Coevorden in 1406 aan zijn zoon Reynald gegeven.

Wat hieraan mogelijk ten grondslag ligt, is misschien een twist tussen de van Coevorden's en de van Hekeren's.
Die diepergaande twist tussen Coevorden en Hekeren komt ook naar boven in 1397 als Reynald heer van Coevorden afgezet wordt als burggraaf van Coevorden, en in diens plaats benoemd wordt Sweder van Hekeren Van Rechteren als burggraaf van Coevorden, die een broer was van Lutgard van Hekeren van Rechteren, de vrouw van Roelof van Coevorden. Vermoedelijk heeft dat flink veel kwaad bloed gezet binnen de familie van Coevorden, en wellicht is de achterliggende oorzaak van het conflict tussen Roelof en zijn broers Reynald en Wolter daarin terug te vinden. Heeft Roelof van Coevorden misschien teveel de kant van de Hekeren's gekozen, en is hij daar later voor gestraft door zijn familie? Overigens zijn Sweder en Lutgard kinderen van Frederik van Hekeren van Eze en Lutgard van Voorst.

Richterambt DELDEN / buurschap Beckum
In den kerspel van Delden --- dat huys to den Asbroke.
** "Lijst leenmannen", blz. 766.
Z.d. [1379-1382] (BA1 fol 67)
Heer Reynolt van Coevoerde, ridder.
1395 jan 25 (BB fol 23v)
Reijnolt van Covoerden.
* In den kerspell van Delden dat guet to den Aesbroke.
1410 aug 2 (BB fol 23v)
Roeloff van Coverden na de dood van zijn vader heer Reynolt.
1411 sep 6 (BB fol 23v)
Wolter van Coverden na de dood van zijn vader heer Reynolt van Coverden "tot allen rechten".
** Wolter wordt op deze pagina ook als "Wouter van Covoerden" aangeduid.

Richterambt DELDEN / buurschap Bentelo
To Stichts leen: --- , dat goet to Lentelinc, gheleghen in der buerscap to Bentlo.
** "Lijst leenmannen", blz. 778.
Z.d. [1379-1382] (BA1 fol 76v)
Godert van Heker.
1403 feb 25 (BB fol 51v)
Reynalt van Cavorden, zoon van heer Reynalt, na opdracht door zijn tante Lijsbet van Ghoer onder voorbehoud van haar lijftucht.
* Lenthelinc in den kerspel van Delden.
1407 sep 16 (BB fol 62v)
Wolter van Covorden, zoon van heer Reynalt.
* Lentelic ende Lansing mitten luden ende mit hoeren toebehoeren, als die gelegen syn in den kirspel van Delden.

In 1406 wordt Reynold van Coevorden beleend met enige goederen. Zijn vader heer Reynold, ridder, leeft dan nog, maar is in 1410 overleden. We zien in deze stukken ook duidelijk zijn kinderen genoemd: Roelof, Reynald en Wolter. Bovendien valt op, dat Reynald veel van zijn goederen in 1407 overdraagt aan Wolter van Coevorden, en dat veel van de goederen die Roelof van Coevorden had geërfd in 1411 door Wolter van Coevorden worden 'geconfisceerd', zoals bijvoorbeeld het goed:

Richterambt OOTMARSUM / buurschap Fleringen
2ackers lants tot Herberting to Vlederinge. Item 1 acker lants to Lens Lentferding ende enen acker lands, geheten Stokeprennynges Lant.

** "Lens" is kennelijk een verschrijving, die niet is doorgehaald.
1395 jan 25 (BB fol 23v)
Reijnolt van Covoerden.
1410 aug 2 (BB fol 23v)
Roeloff van Coverden na de dood van zijn vader heer Reynolt.
1411 sep 6 (BB fol 23v)
Wolter van Coverden "tot allen rechten" na de dood van zijn vader heer Reynolt.

Richterambt OLDENZAAL / buurschap Gammelke
Dat huys to Hoveldinc to Gammynclo.
** "Lijst leenmannen", blzz. 766-767.
Z.d. [1379-1382] (BA1 fol 67)
Heer Reynolt van Coevoerde, ridder.
1395 jan 25 (BB fol 23v)
Reijnolt van Coevoerden.
* Dat guet to Honleding to Gammijnglo.
1410 aug 2 (BB fol 23v)
Roeloff van Coverden na de dood van zijn vader heer Reynolt.
1411 sep 6 (BB fol 23v)
Wolter van Coverden na de dood van zijn vader heer Reynolt van Coverden "tot allen rechten", zoals Roeloff van Coverden daarmee was beleend.

1412 mei 18 (des saterdages nae den heylighen Pinxterdach)
Wolter van Coeverden verklaart onder ede dat hij binnen acht dagen nadat hij zal zijn aangemaand, als de bisschop van Utrecht aan deze zijde van de Yselen, waar Deventer ligt, zal zijn gekomen, aan de bisschop, ten behoeve van zijn broer Roelef van Coeverden en diens vrouw Lutghert, in leen zal opdragen het vruchtgebruik van het erve Johaning te Daerle met de halve tienden te Daerle, waarvan de andere helft reeds aan hem toebehoort, zulks onder bijzondere bepaling dat als Lutghert haar man zou overleven zij slechts de helft van dit vruchtgebruik zal behouden.

Na de dood van heer Reynold van Coevorden is er, zo lijkt het, een heftige strijd geweest om zijn bezittingen tussen Roelof van Coevorden en zijn jongere broer Wolter. Daarin heeft Reynold, die vermoedelijk een oudere broer was van Wolter, zich kennelijk geschaard aan de kant van zijn jongere broer Wolter. We zien hen vaak samen genoemd in actes.

Opvallend hieraan is ook, dat Wolter blijkbaar ook juridisch het gelijk kreeg, gezien de toevoeging 'tot allen rechten'.
Het is heel lastig om voor deze hele gang van zaken een bevredigende verklaring te vinden. Om daar meer inzicht in te krijgen, is vermoedelijk heel wat archiefwerk noodzakelijk, waarvoor mij helaas de tijd ontbreekt.

Op grond van de feiten, die hierin te vinden zijn, kunnen we dus stellen:

1. Mogelijk is Roelof van Coevorden uit een andere moeder geboren.
2. Vermoedelijk was Reynald van Coevorden een oudere broer van Wolter van Coevorden, ongetrouwd gebleven
3. Zowel Reynald als Wolter van Coevorden worden genoemd in verband met hun tante Liesbeth van Goor, die gehuwd was met Godert van Hekeren. Godert van Hekeren overleed tussen 1395 en 1397, Liesbeth van Goor overleed rond 1416, en heeft nog enkele jaren het vruchtgebruik gehad van goederen, die zij had overgedragen aan Wolter van Coevorden.

In het Tijdrekenkundig Register van Doornink komt voor:
11 januari 1383 neemt Reinolt van Coevorden het 1ste wasteken tegen Godfried van Heeckeren en Elizabeth van Goor,
wegens 400 oude schilden (Tijdrekenkundig Register Overijssel, Doornink)

2 december 1399
Jonkvrouw Elisabeth van Goer neemt 1ste wasteken tegen Evert van Langen voor 200 gulden, en tegen Rudolf van Peze wegens 400 gulden, Reinken, Heer Reinoldszoon van Coevorden is haar momber.

Godert van Hekeren was een zoon van Seyne van Hekeren en Maria van Middachten, en er zijn geen onmiddellijke  familiebanden tussen hem en de tak van Hekeren van Rechteren. Die band is vermoedelijk pas terug te vinden enkele generaties eerder (meer dan 4).

4. Zoals Haga meedeelt, wordt Roelof van Coevorden genoemd in sept. 1377:
... hun zoon Roelof bezegelt reeds in sept. 1377 nevens zijn vader het renversaal, door laatstgenoemde afgegeven bij de verpanding van Lage (Oorkondeboek Groningen en Drente, nr. 658).
Dat Roelof van Coevorden meezegelt, betekent, dat hij handelingsbekwaam is. Gewoonlijk betekent dit, dat hij toen tenminste 14 jaar zal zijn geweest (alleen in bijzondere zaken mochten kinderen eerder 'handelend optreden'). Daarom kunnen we ervan uitgaan, dat Roelof van Coevorden geboren is voor 1363.

5.De originele huwelijksvoorwaarden van Wolter van Coeverden en Sophia van Sinderen, gesloten 31 maart 1410 in Nederhemert (P. W. van Doorninck. lnventaris van het archief van Nederhemert, no. 45.), en een charter in het gemeente-archief van Ootmarsum (R. E. Hattink, Register op het oud-archief van Ootmsrsum, no. 56. (Werken Overijss. Regt en Gesch., 1878). W. J. Formsma, Het oud-archief der gemeente Ootmarsum, inv. no. 332).

Op 12 mei 1427 transporteren Wolter van Coeverden, Fije zijn vrouw en Dyderyc, Reynolt, Alof, Johan, Lysbet en Fye, hunne kinderen, voor het landgericht Ootmarsum het erf Nijehus in de marke Telligt aan Herman Becker, priester. Aan het charter hangen de zegels van Wolter van Coeverden en van Fye, welk laatstgenoemd zegel vertoont het wapen van Sinderen, zijnde een effen schild, beladen met een effen hartschild, met een onduidelijk randschrift.

Een tweede zegel van Fye hangt aan een charter van 24 juli 1417, waarbij Wolter van Coeverden en Sophia, zijn echte wijf aan het Heilige Geestenhuis te Oldenzaal een jaarrente van 8 mud rogge transporteren.
Het vertoont eveneens het wapen van Sinderen en het randschrift:
sigillum [ F]ie van Sindren.

                       Reynald I Heer van Coevorden
                                  |
                       Roelof van Coevorden (+ voor 1354)                          Alof v Zuthem X Agnes
                                  |                                                                         |
                      Reynald van Coevorden    X         Kunegund                    Alof van Zuthem x NN.
                      + ca 1409                                                                (+ 1360-1375)
             |-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-|-------------------|                  |-----------------|
         Roelof                            Reynald                    Wolter            Alof                 Agnes
      * voor 1364                                                     + na 1435      (+1414)        X 1375-1380
      X voor 1387                                                      X 1410                            Egbert Hake
   Lutgard van Hekeren                                           Sophia van                      van den Rutenberg
    (Kinderloos)                                                       Sinderen


Het is nog interessant hier om te vermelden, dat Wolter geen van zijn kinderen vernoemd heeft naar zijn moeder (zoals trouwens de vernoeming van Wolter zelf ook weinig aanknopingspunten biedt), maar vermoedelijk wel naar zijn tante Liesbeth van Goor. Natuurlijk zegt dit niet alles, want zij kan wel vernoemd zijn, maar jong gestorven. Vanwege die tante Liesbeth van Goor is het heel waarschijnlijk, dat Kunegunde een zuster was van Liesbeth van Goor, of van Godert van Hekeren.

Andere gegevens

Maar nu krijgen we hulp, omdat er een aantal wapenborden bekend zijn, opgetekend door zowel van Rhemen als door anderen. Dat betreft bijvoorbeeld Alof van den Rutenberg (+1542), die begraven werd in de Betlehem Kerk in Zwolle en van wie de kwartieren zijn opgetekend aan de hand van de wapenborden door van Rhemen:

Hier gaat het vooral om de twee linkse rijen:

Rutenberg         Vianen
Doornick           Beverweerde
Suthem            Bronckhorst
Isendoorn         Buren

Bij nauwkeurig onderzoek hiervan blijken er enige fouten te staan in de volgorden van deze kwartieren. De voorouders van Alof van den Rutenberg zijn:

zijn ouders waren:            Egbert van den Rutenberg en Elisabeth van Amstel
zijn grootouders waren:     Alof van den Rutenberg X Willempje van Vianen van Beverweerde
zijn overgrootouders:        Egbert Hake vd Rutenberg X Nese van Suthem en Johan van Vianen X Elisabeth van Buren
zijn bet overgrootouders:   Steven vd Rutenberg x Jutte Isendoorn; Alof van Suythem x NN; Sweder van Vianen X Mechteld
                                    van Zuylen; Allard van Buren x Elisabeth van Bronckhorst.

Dat betekent dat de kwartieren in de juiste volgorde zouden moeten staan als:

Rutenberg        Vianen
Suthem            Buren
Isendoorn         Zuylen van Beverweerde
NN=Doornick?    Bronckhorst
                                      

Ook Buchel tekende zijn kwartieren op:

Rutenberg        Vianen - Beverweerde
Suthem            Buren

Dit zijn nog steeds dezelfde namen (met uitzondering van Doornick, want dat is een twijfelgeval).
Deze opstelling wordt ondersteund door de grafzerk van Frederick van Twickel, de zoon van Johan van Twickel x Adriana van den Rutenberg, die in 1545 overleed.

Op diens grafzerk staan een 8-tal gedeelde wapens, die door Blois van Treslong zijn beschreven en geïnterpreteerd. In die interpretatie is ook wat verkeerd gegaan, maar belangrijk is wél, dat daarin het gedeelde wapen voorkomt, dat ook door van Rhemen wordt beschreven:

Het wapen van Suthem (drie sterren) gedeeld met een wapen bestaande uit een dwarsbalk. Dat wapen werd door van Rhemen bij zijn opstelling geïnterpreteerd als het wapen van Doornick. Het zal duidelijk zijn, dat het om de wapens gaat van dezelfde persoon: de ouders van Nese en Alof van Zuythem zijn dus Alof van Zuythem X NN uit een familie met als wapen een dwarsbalk.

Daarvoor geeft van Rhemen dus Doornick. Blois van Treslong gaf daarvoor 'Ketel van Hackfort', maar er waren meer families, die als wapen de dwarsbalk voerden. Bijvoorbeeld: van Raesvelt, Egmond van Baer, Moers/Meurs, van Wees, Boelman, van Druten, van Heteren, van den Busche, Hackfort en Baeck van Hacfort, om maar enkele voorbeelden te noemen uit de regio Overijssel. Belangrijk is het dat bij van Doornick boven de dwarsbalk nog een ster staat, zoals te zien is op enkele zegels.


Zegel van Johan van Doornick 1400

Relatie met Van Doornick

Misschien moeten we de vrouw van ridder Alof van Zuythem dus zoeken in het geslacht van Doornick. Zoals al eerder gezegd, is het wapen van Alof's vrouw intussen met redelijke zekerheid een dwarsbalk. Dat wapen werd o.a. gevoerd door van Doornick. Een tweede belangrijk gegeven zijn de getuigen, die aanwezig zijn in 1414 als Alof van Zuythem zijn testament opmaakt. Daarbij zijn aanwezig Gosen van Doornick en Henric van Essen.

In Nederlandse Leeuw 1937 pag. 269 komt het volgende stukje voor:

Volgens de aanteekeningen van Van Spaen en Wagner had Wolter van Doornick, borgman van Cleve 1352, ridder 1368,
dood 1401, uit zijn eerste huwelijk met een vóór 1352 overleden vrouw een zoon Johan den olden, knape in 1368. Hij
hertrouwde c. 1352 met Geertruid van der Borg, die nog in 1401 voorkomt, bij wie hij 3 kinderen had: Mechteld, gehuwd
met Hendrik van Apeltern, ridder, Johan den jongen, knape 1368, ridder 1397, dood 1401 en Geertruid, de vrouw van heer
Johan van Bylandt.

Nu blijkt uit een aantal actes, dat er wellicht nog een zuster was van Alof III van Suthem. Zoals Jacob Donze beschrijft op de website van het Buurtmuseum Kamperpoort bestond in Zwolle het Zuythem huis, bedoeld voor vrouwen die op een devote manier wilden leven. Het Zuytemhuis stond pal naast het Wytenhuis, dat een zelfde functie vervulde. Rond 1438 overleed Geertruid van Doornick, geheten van Zuythem. Ongetwijfeld is zij dezelfde, die in 1407 in een acte werd genoemd als 'Ghert Thomaes en Henric Koteken, schepenen van Zwolle, verklaren, dat Johan Koteken aan Godeken Gherdssoen en Trude, zijn vrouw, een huis en hof in pacht geven, dat tussen het land van Grete (van Windesem) toe Noertberghe en het land van Dyrck van den Lande en Ghertrude van Zuythem in Musschenhaghen gelegen is...'

De plek die in 1407 genoemd wordt, is dezelfde plek als waar het Wytenhuis en Zuytemhuis stonden: in de Musschenhagen. In een andere acte van 1421 doet dan Geertruid van Doornick een legaat aan enkele vrouwen in het Wyttenhuis. Tenslotte in 1438 wordt nog eens het legaat van wijlen Geertruid van Doornick, geheten van Zuthem 'behandeld'. Overigens maakt de acte van 1421 de indruk, dat het gaat om een testament, en geeft het de indruk, dat Geertruidt niet lang daarna al is overleden, en niet pas omstreeks 1438.

22 juli 1401
Anno eodem (1401) die Marie Magdalene vrouwe Geertruijdt van Doirnich, wilner heeren Wolters wijff, ridder, heeft opgedraigen, in oirkunde der manne van leen heeren Robberts van Apelteren ende Bernts van Galen, mynen heren van Gelre, in behoiff vrouwen Mechtelden hoirre dochter, heren Henricks wijff van Apelteren, ridder, dat goit ende erfnisse tot Hailderen gelegen mit allen sinen tobehoeren gelike als hoer dat van Johan van Doirnick hoeren soen was an verstorven is ende he dat van mynen heren te halen plach. Ende om beden willen vrouwen Gertruden heeft myn her dit selve goit beleent vrouwen Mechtelden vurss. tot eijnen Zutphenschen leen etc. Ende daer is heer Henrick vurss. man aff wurden. Voirt so heeft vrouwe Mechtelt heren Henrick hoeren man hir an getuchtiget. Ende deze beleninge ende tucht is geschiet ende gedaen in oirkunde myns heren manne van leen heer Robberte van Apelteren ende Hermane van Mekeren, beheltlich myns heren syne rechten ende alremallich, etc. Ende van deze opdracht vertichnisse belenijnge ende tucht is eijn brief gemaect ut in forma.
(Leenboek Gelre deel A, fo. 58v)

Wolter van Doornick (+ voor 1401) X Geertruid
     |............................................|
Machteld v Doornick                 Johan v Doornick (+ voor 1401)
X Henrick van Apeltern

De vraag dringt zich nadrukkelijk op, of Geertruid, de weduwe van Wolter van Doornick, misschien identiek is aan Geertruid van Zuthem geheten van Doornick, die zich wellicht na het overlijden van haar man, gewijd heeft aan zorg voor andere weduwen? Op grond van het feit, dat haar dochter al getrouwd was, en haar zoon Johan overleden was, valt op te maken, dat in 1401 Geertruid op dat moment minstens 35 jaar oud zal zijn geweest, en dus geboren is voor 1365. Daardoor kán zij heel goed een zuster zijn geweest van Alof III van Suthem.

Ook interessant is het om te achterhalen, in welke relatie Henrick van Apeltern staat tot enerzijds Dirk van Apeltern, de stiefvader van ridder Alof II van Suthem, en Robbert, heer van Apelteren, die gehuwd was met Machteld van Mekeren. In bovenstaande acte worden immers genoemd als mannen van leen heer Robbert van Apelteren en Herman van Mekeren....
Het goed te Haalderen ligt overigens vlakbij Bemmel, tussen Nijmegen en Arnhem.

Op grond van bovenstaande is het minder waarschijnlijk dat ridder Alof II van Zuythem rond 1350 gehuwd is geweest met een dochter van Doornick, en zijn dochter Geertruid ook met een van Doornick trouwde. Maar onmogelijk is het niet.

1. Alof, + 1414 in Zwolle, ongehuwd gebleven, maar wel enkele bastaardkinderen, zoals Henric, Willem en misschien ook Godert
2. Agnes, + na 1422, gehuwd met Egbert Hake van den Rutenberg
3. Geertruid, + voor 1438, maar waarschijnlijk + rond 1422
4. wellicht Albert, genoemd in jaarrekeningen van Zwolle 1404
 

De vraag is hoe het nu precies zit met de familierelatie tussen Alof en Agnes van Zuthem en Wolter van Coevorden is hiermee niet opgelost. Zij noemen elkaar immers broer/zus. Wolters moeder heette Kunegunde, en naar men vermoedt, was zij een zuster van Godert van Hekeren of Liesbeth van Goor. Aan de andere kant was de moeder van Alof en Agnes van Zuthem iemand uit een geslacht, dat de dwarsbalk voerde als wapen, volgens oude wapenborden.

Alof I van Zuythem, ridder, + 1330-1338 X Agnes (XX Dirck van Apeltern, ridder)
                    |
Alof II van Zuythem, ridder, minderjarig in 1338, meerderjarig in 1347, + 1361-1375  X NN.
                    |...............................................................|.....................................|
Alof III van Zuythem, + 1414                                Agnes v Zuythem                         Geertruid
    |...............|...............|                        X Egbert Hake vd Rutenberg            X Wolter van Doornick
Henric         Willem         Godert (?)
       (natuurlijke zonen)

Als de moeder van Alof III een dwarsbalk voert, dan kan zij nooit een van Goor of van Hekeren zijn. Tot dusver is het mij niet gelukt hiervoor een bevredigende verklaring te vinden, behalve dat Wolter van Coevorden toch een eerder huwelijk heeft gehad met een zuster van Alof III, en daarmee dus zwager was van Alof III en Agnes van Zuythem. In dat geval zouden zij elkaar ook 'broer' genoemd kunnen hebben. Toch zeggen de wél beschikbare gegevens, dat er nauwere relaties waren, ook met van Doornick. Als bewijs daarvoor nog de volgende regesten:

(Oorkondeboek Groningen en Drente)
Van belang zijn hier de beide getuigen, de ene uit de Hekeren-hoek, de ander Rutger van Doornick.

1409 Juni 11.

Vor dem geldrischen Richter und im Gericht Düffel trägt Rutger van Doernick dem Dietrich Lijnman zu Behuf Graf Adolfs van Kleve zei Stücke Land von 32 und 3 Morgen im Nieler Busch im Kirchspiel Niel auf.

Ic Willem Voss richter yn der Duyffel van des hartogen wegen van Gulijc und van Gelre und greven van Zutphen doen kondt end kennelijc allen luden, die desen brief zollen zien of hoeren lesen, dat voer my coemen is ende voer gherijchtslude, die hiernae bescreven staen int gherijcht van Duyffel. Soe is coemen Rutgher van Doerninck ende heeft upgedragen Dyrc Lijnman in behoef greve Alaefs van Cleve und van der Merck of sinen rechten erven twee stuuck lands, die gelegen sijn in den kerspel van Nyel ende gelegen sijn in Nyelre bosche; ende dat een stuuck daeraf geheiten is die Ham, dat Rutger van Doernick voerscr. tegen Haeck van Rutenberch gecoft heeft, dat Ermgaert van Herde plach te wesen, alsoe als dat gelegen is mit allen sinen rechten ende toebehoeringen, aldaer die maete af beloept twe ende dertich mergen; ende drye mergen lands, die Rutger van Doernick voerscr. tegen Heinric van Lente gecoft heeft mit allen sinen rechten ende toebehoeringen, die in desen voerscr. lande gelegen sijn in Nijelrebosche ende gelegen mit der eenre siden aen land der heren van sunte Johans end gelegen mit der ander siden aen land Rutgers van Doernick voerscr. ende schietende mit den enen eynde op die gemeyne weteringe ende scietende mit den anderen eynde aen land der heren van Zanten ende Rutgers van Doernick voerscr. Ende heeft dat voerscr. land alsoe voer upgedragen ende nae up vertegen, alsoe dat dat tfondenisse der gerijchtslude doe wijsden, dat daer Rutger voerscr. end sine erven daeraen onteerft is mit allen rechten end toeseggen, dat daer Rutger voerscr. ende sine erven daeraen te hebben plagen ende Dyrc voerscr. daeraen geerft is, in behoef greve Alaefs van Cleve und van der Merck vorscr. of sinen erven allen rechten ende toezeggen, dat daer Rutger voerscr. ende sine erven daeraen te hebben plagen. Daer dit ghesciede daer waeren over ende aen als gerijchtslude Henric van Lente ende Johan van Haelt ende anders voele goeder lude. In orconden der waerheide ende om meerre vestenissen wille alsoe hebb ic Willem Voss richter voerscr. minen zegel aen desen apenen brief gehangen. Ghegeven int iaer ons heren dusent vierhondert end negen, des dinxdages nae des heiligen Sakerments dach. Kleve-Mark, Or. An Pgtstr. das Siegel des Richters (aufgerichteter Fuchs im Schild). Unter dem 20. Februar 1410 (ebenda) gibt Graf Adolf von Kleve das Land dem Rutger van Dairnich zu Lehen. In diesem Lehenbrief werden die Stücke bezeichnet: drie stuck lands in Duyffel in den kirspel van Nyel by een gelegen, dair dat een af is geheiten die Duvenkrop, dat ander die Hamme ind dat derde dat Kempken ind dairtoe drie mergen lands, die Henrix van Lent to wesen plaegen, ind maken toesamen umbtrent sessendertich Hollansche mergen. Theodor Ilgen, Quellen zur inneren Geschichte der rheinischen Territorien Herzogtum Kleve, I. Ämter und Gerichte, zweiter Band, Quellen, Erster Teil, nr. 252 (1925).
(met dank aan Guido van Benthem, zie zijn site http://members.chello.nl/~g.vbenthem/RegestenlijstDuffelt2.htm)

Van den Rutenberg

Zowel de wapens op de grafzerk van Frederick van Twickel als het wapenbord van van Rhemen over Alof van den Rutenberg geven als voorouders voor Egbert Hake van den Rutenberg en Agnes van Suthem:

Rutenberg
Isendoorn
Suthem
Doornick (?)

In een acte uit 1396 noemt Willem van Isendoorn een aantal van zijn familieleden, onder wie zijn zuster Jutte van den Rutenberg. Aangenomen wordt o.a. door O. Roemeling, dat het echtpaar Steven van den Rutenberg en Jutte van Isendoorn Willemsdochter de ouders zijn van Egbert Hake van den Rutenberg. Over hen is verder niet al teveel bekend.
Steven van den Rutenberg wordt voor het laatst vermeld in 1367, en een eerste vermelding is uit 1322:

23 augustus 1322 Zwartewater
1322 Zwartewater
Egbert Haco van Rutenberch, knaap, doet kond dat hij bij rade en bijval van zijn oom Cyse van Rutenberghe, zijn erf Verlinchoef met eene waar in Loesen aan het Convent St. Marie Zwartewater heeft verkocht en met Machteld, zijn echtgenote, Steven zijn zoon, Adolf, Cyso, Henrik en Steven, zijn broers en Hassekin zijn zuster, voor Hauwe, Rigter
te Dalfssen als vrij eigen heeft afgestaan.
Get. o.a. Engebert van Gerner, de jonge.
Met Egbert hebben gezegeld: de pastoor van Vollenhove, Rudolf zijn oom, Hendrik vd Eze

Hieruit kunnen we concluderen, dat Egbert Hake van den Rutenberg vernoemd werd naar zijn grootvader met dezelfde naam. Op zijn beurt vernoemde Egbert Hake van den Rutenberg zijn oudste zoon Steven naar zijn eigen vader.

Egbert Hake van den Rutenberg